Ik wil dit verhaal opdragen aan de mensen met wie ik de eer had te mogen samenwerken maar er inmiddels niet meer zijn: Guido De Praetere en Roland Lommè...
De ploeg breidde zich snel uit. Eric Mellaerts werd aangetrokken als dirigent. Zijn opdracht bestond er in om een orkest samen te stellen omdat we een live-orkest wilden. Onder televisiemakers wordt vaak gezegd dat er twee dingen zijn die je moet vermijden: werken met dieren en kinderen omdat ze onvoorspelbaar zijn en dus moeilijk te vatten in een scenario. Hier wil ik een live-orkest aan toevoegen. Erik, de decorbouwer, die meer ervaring had, wist wél dat er problemen zouden aankomen. En gelijk had hij! Het ging van opmerkingen over het decor, tot belichting die in de ogen scheen…Maar er zijn nog andere problemen met een orkest. Bijvoorbeeld de draden. Eens het orkest geïnstalleerd was lag er een spaghetti van draden over heel het podium. En het was aan de decorbouwer om er voor te zorgen dat deze min of meer ‘onzichtbaar’ gemaakt werden.
En dan was er de kleding. Om een orkest van 20 mensen min of meer harmonieus in het decor te laten passen was het noodzakelijk om de muzikanten in eenzelfde kostuum te steken. Het kledingdepartement kreeg de opdracht om voor deze kostuums te zorgen. Maar 20 kostuums vinden met een gemiddelde maat was geen gemakkelijke klus. Uiteindelijk werd een sponsor bereid gevonden om de kostuums te leveren. Tot op vandaag moet ik terugdenken aan Eric Mellaerts wiens armen korter bleken te zijn dan de gemiddelde maat. Met als gevolg dat hij moest dirigeren met opgerolde mouwen die, bij een sterke beweging, weer over zijn handen schoven. Dit soort ‘kleine incidenten en ongemakken’ zijn – gelukkig – niet zichtbaar voor de gemiddelde kijker.
Er werd dag en nacht gewerkt. In normale omstandigheden moet er maanden aan een stuk gewerkt worden om een show van die omvang te produceren. Wij hadden er twee. Dus bestonden er geen uren. Wanneer een medewerker in slaap viel. Lieten de anderen begaan. En maakten hem of haar wakker wanneer het echt noodzakelijk was. Dag na dag werd het Zombie-gehalte van de medewerkers groter en groter. Maar hun inzet bleef intact! Niemand klaagde, iedereen hielp iedereen. De sfeer was geweldig.
Veertien dagen voor de grote gebeurtenis verhuisden we van onze mini-kantoren in Zaventem naar het Andromeda-hotel in Oostende. Zeker wanneer je zo verschrikkelijk hard moet werken is de huisvesting belangrijk. En die was meer dan ok. Mijn kamer was gelegen op een van de hoogste verdiepingen met zicht op zee. Algauw werd deze kamer het zenuwcentrum van de operatie. Permanente rookwalmen vulden de kamer. Overal lag er papier, computers, printers stonden waar er plaats was. Tussendoor: etensresten, lege en halfvolle cola-flesjes….
Mijn kamer was verboden terrein voor de kuisploeg. Het was er een dag-en nacht in- en uitlopen van medewerkers.
Dag en nacht werd er gefaxt. We leefden in het pre-internettijdperk, toen. Alle inkomende berichten hadden invloed op het running order. Tom Jones ging komen als top of the bill…of toch niet..of toch wel. Zenuwslopend. De ene versie van het scenario volgde de andere op. Een running order is als een kaartenhuis. Eens er één kaart wordt weggenomen valt het hele huis in elkaar.
Een van de artiesten die toegezegd had was Howard Keel, één van de acteurs uit de cast van ‘DALLAS’. Indertijd een gigantisch succes op de BRTN. Tony Bilbow, onze Engelstalige copywriter had een idee uitgewerkt. Het idee was dat Howard Keel niet naar Oostende was kunnen komen en dat hij dat zou meedelen in een ‘rechtstreekse link’ met het Casino van Oostende – live – tijdens de show. In werkelijkheid zou hij in een setje staan in de backstage. Hij zou dan langzaam beginnen te wandelen en tot ieders verbazing het podium komen opgestapt in Oostende. Tot daar het idee. Tony had een hele lange tekst geschreven die door Howard Keel moest gedebiteerd worden tijdens deze scène. Wij zonden de tekst en idee op naar het management met de vraag of Dhr.Keel bereid was om deze scène met bijhorende tekst te willen brengen…later meer daarover.
Het decor nam langzaam vorm aan. Links het orkest en rechts een podium waarrond een enorme draaideur in spiegelglas. Centraal een opkomstpoort. En overal neons. Overal. Voor mij was het de eerste keer dat ik dit meemaakte. Een gigantische chaos. Stof, draden, houtresten…Terwijl ik naar de opbouw aan het kijken was meldde zich een mijnheer met twee plastic zakken. Hij had de kleedjes bij voor de kersverse presentatrices van de avond: Marlène De Wouters en Lynn Wesembeeck. Geen idee wat ik er mee moest aanvangen. Het hele casino lag overhoop zowel de stage als de backstage. Dus deponeerde ik ze, voorlopig, op een van de zetels in de zaal. Dit heeft me later die dag een opdonder bezorgd van jewelste. De kleedster, Marriane Ex, die op zoek was naar de jurken had ik doorverwezen naar de plek waar ik ze gedeponeerd had. Voor mij waren het twee jurken maar wat bleek? Het waren twee exclusieve, handgemaakte jurken die zo duur waren dat er een verzekering was voor afgesloten. Mea Culpa.
Een fax van Jos Van Oosterwijck: Pavarotti zou misschien kunnen komen. En er waren besprekingen met Jane Seymour daar was Roland Lommè mee bezig….
Maar veel meer verrassingen zouden ons wakker houden…
wordt vervolgd
donderdag 9 april 2009
DAG EN NACHT
De ploeg breidde zich snel uit. Eric Mellaerts werd aangetrokken als dirigent. Zijn opdracht bestond er in om een orkest samen te stellen omdat we een live-orkest wilden. Onder televisiemakers wordt vaak gezegd dat er twee dingen zijn die je moet vermijden: werken met dieren en kinderen omdat ze onvoorspelbaar zijn en dus moeilijk te vatten in een scenario. Hier wil ik een live-orkest aan toevoegen. Erik, de decorbouwer, die meer ervaring had, wist wél dat er problemen zouden aankomen. En gelijk had hij! Het ging van opmerkingen over het decor, tot belichting die in de ogen scheen…Maar er zijn nog andere problemen met een orkest. Bijvoorbeeld de draden. Eens het orkest geïnstalleerd was lag er een spaghetti van draden over heel het podium. En het was aan de decorbouwer om er voor te zorgen dat deze min of meer ‘onzichtbaar’ gemaakt werden.
En dan was er de kleding. Om een orkest van 20 mensen min of meer harmonieus in het decor te laten passen was het noodzakelijk om de muzikanten in eenzelfde kostuum te steken. Het kledingdepartement kreeg de opdracht om voor deze kostuums te zorgen. Maar 20 kostuums vinden met een gemiddelde maat was geen gemakkelijke klus. Uiteindelijk werd een sponsor bereid gevonden om de kostuums te leveren. Tot op vandaag moet ik terugdenken aan Eric Mellaerts wiens armen korter bleken te zijn dan de gemiddelde maat. Met als gevolg dat hij moest dirigeren met opgerolde mouwen die, bij een sterke beweging, weer over zijn handen schoven. Dit soort ‘kleine incidenten en ongemakken’ zijn – gelukkig – niet zichtbaar voor de gemiddelde kijker.
Er werd dag en nacht gewerkt. In normale omstandigheden moet er maanden aan een stuk gewerkt worden om een show van die omvang te produceren. Wij hadden er twee. Dus bestonden er geen uren. Wanneer een medewerker in slaap viel. Lieten de anderen begaan. En maakten hem of haar wakker wanneer het echt noodzakelijk was. Dag na dag werd het Zombie-gehalte van de medewerkers groter en groter. Maar hun inzet bleef intact! Niemand klaagde, iedereen hielp iedereen. De sfeer was geweldig.
Veertien dagen voor de grote gebeurtenis verhuisden we van onze mini-kantoren in Zaventem naar het Andromeda-hotel in Oostende. Zeker wanneer je zo verschrikkelijk hard moet werken is de huisvesting belangrijk. En die was meer dan ok. Mijn kamer was gelegen op een van de hoogste verdiepingen met zicht op zee. Algauw werd deze kamer het zenuwcentrum van de operatie. Permanente rookwalmen vulden de kamer. Overal lag er papier, computers, printers stonden waar er plaats was. Tussendoor: etensresten, lege en halfvolle cola-flesjes….
Mijn kamer was verboden terrein voor de kuisploeg. Het was er een dag-en nacht in- en uitlopen van medewerkers.
Dag en nacht werd er gefaxt. We leefden in het pre-internettijdperk, toen. Alle inkomende berichten hadden invloed op het running order. Tom Jones ging komen als top of the bill…of toch niet..of toch wel. Zenuwslopend. De ene versie van het scenario volgde de andere op. Een running order is als een kaartenhuis. Eens er één kaart wordt weggenomen valt het hele huis in elkaar.
Een van de artiesten die toegezegd had was Howard Keel, één van de acteurs uit de cast van ‘DALLAS’. Indertijd een gigantisch succes op de BRTN. Tony Bilbow, onze Engelstalige copywriter had een idee uitgewerkt. Het idee was dat Howard Keel niet naar Oostende was kunnen komen en dat hij dat zou meedelen in een ‘rechtstreekse link’ met het Casino van Oostende – live – tijdens de show. In werkelijkheid zou hij in een setje staan in de backstage. Hij zou dan langzaam beginnen te wandelen en tot ieders verbazing het podium komen opgestapt in Oostende. Tot daar het idee. Tony had een hele lange tekst geschreven die door Howard Keel moest gedebiteerd worden tijdens deze scène. Wij zonden de tekst en idee op naar het management met de vraag of Dhr.Keel bereid was om deze scène met bijhorende tekst te willen brengen…later meer daarover.
Het decor nam langzaam vorm aan. Links het orkest en rechts een podium waarrond een enorme draaideur in spiegelglas. Centraal een opkomstpoort. En overal neons. Overal. Voor mij was het de eerste keer dat ik dit meemaakte. Een gigantische chaos. Stof, draden, houtresten…Terwijl ik naar de opbouw aan het kijken was meldde zich een mijnheer met twee plastic zakken. Hij had de kleedjes bij voor de kersverse presentatrices van de avond: Marlène De Wouters en Lynn Wesembeeck. Geen idee wat ik er mee moest aanvangen. Het hele casino lag overhoop zowel de stage als de backstage. Dus deponeerde ik ze, voorlopig, op een van de zetels in de zaal. Dit heeft me later die dag een opdonder bezorgd van jewelste. De kleedster, Marriane Ex, die op zoek was naar de jurken had ik doorverwezen naar de plek waar ik ze gedeponeerd had. Voor mij waren het twee jurken maar wat bleek? Het waren twee exclusieve, handgemaakte jurken die zo duur waren dat er een verzekering was voor afgesloten. Mea Culpa.
Een fax van Jos Van Oosterwijck: Pavarotti zou misschien kunnen komen. En er waren besprekingen met Jane Seymour daar was Roland Lommè mee bezig….
Maar veel meer verrassingen zouden ons wakker houden…
wordt vervolgd
En dan was er de kleding. Om een orkest van 20 mensen min of meer harmonieus in het decor te laten passen was het noodzakelijk om de muzikanten in eenzelfde kostuum te steken. Het kledingdepartement kreeg de opdracht om voor deze kostuums te zorgen. Maar 20 kostuums vinden met een gemiddelde maat was geen gemakkelijke klus. Uiteindelijk werd een sponsor bereid gevonden om de kostuums te leveren. Tot op vandaag moet ik terugdenken aan Eric Mellaerts wiens armen korter bleken te zijn dan de gemiddelde maat. Met als gevolg dat hij moest dirigeren met opgerolde mouwen die, bij een sterke beweging, weer over zijn handen schoven. Dit soort ‘kleine incidenten en ongemakken’ zijn – gelukkig – niet zichtbaar voor de gemiddelde kijker.
Er werd dag en nacht gewerkt. In normale omstandigheden moet er maanden aan een stuk gewerkt worden om een show van die omvang te produceren. Wij hadden er twee. Dus bestonden er geen uren. Wanneer een medewerker in slaap viel. Lieten de anderen begaan. En maakten hem of haar wakker wanneer het echt noodzakelijk was. Dag na dag werd het Zombie-gehalte van de medewerkers groter en groter. Maar hun inzet bleef intact! Niemand klaagde, iedereen hielp iedereen. De sfeer was geweldig.
Veertien dagen voor de grote gebeurtenis verhuisden we van onze mini-kantoren in Zaventem naar het Andromeda-hotel in Oostende. Zeker wanneer je zo verschrikkelijk hard moet werken is de huisvesting belangrijk. En die was meer dan ok. Mijn kamer was gelegen op een van de hoogste verdiepingen met zicht op zee. Algauw werd deze kamer het zenuwcentrum van de operatie. Permanente rookwalmen vulden de kamer. Overal lag er papier, computers, printers stonden waar er plaats was. Tussendoor: etensresten, lege en halfvolle cola-flesjes….
Mijn kamer was verboden terrein voor de kuisploeg. Het was er een dag-en nacht in- en uitlopen van medewerkers.
Dag en nacht werd er gefaxt. We leefden in het pre-internettijdperk, toen. Alle inkomende berichten hadden invloed op het running order. Tom Jones ging komen als top of the bill…of toch niet..of toch wel. Zenuwslopend. De ene versie van het scenario volgde de andere op. Een running order is als een kaartenhuis. Eens er één kaart wordt weggenomen valt het hele huis in elkaar.
Een van de artiesten die toegezegd had was Howard Keel, één van de acteurs uit de cast van ‘DALLAS’. Indertijd een gigantisch succes op de BRTN. Tony Bilbow, onze Engelstalige copywriter had een idee uitgewerkt. Het idee was dat Howard Keel niet naar Oostende was kunnen komen en dat hij dat zou meedelen in een ‘rechtstreekse link’ met het Casino van Oostende – live – tijdens de show. In werkelijkheid zou hij in een setje staan in de backstage. Hij zou dan langzaam beginnen te wandelen en tot ieders verbazing het podium komen opgestapt in Oostende. Tot daar het idee. Tony had een hele lange tekst geschreven die door Howard Keel moest gedebiteerd worden tijdens deze scène. Wij zonden de tekst en idee op naar het management met de vraag of Dhr.Keel bereid was om deze scène met bijhorende tekst te willen brengen…later meer daarover.
Het decor nam langzaam vorm aan. Links het orkest en rechts een podium waarrond een enorme draaideur in spiegelglas. Centraal een opkomstpoort. En overal neons. Overal. Voor mij was het de eerste keer dat ik dit meemaakte. Een gigantische chaos. Stof, draden, houtresten…Terwijl ik naar de opbouw aan het kijken was meldde zich een mijnheer met twee plastic zakken. Hij had de kleedjes bij voor de kersverse presentatrices van de avond: Marlène De Wouters en Lynn Wesembeeck. Geen idee wat ik er mee moest aanvangen. Het hele casino lag overhoop zowel de stage als de backstage. Dus deponeerde ik ze, voorlopig, op een van de zetels in de zaal. Dit heeft me later die dag een opdonder bezorgd van jewelste. De kleedster, Marriane Ex, die op zoek was naar de jurken had ik doorverwezen naar de plek waar ik ze gedeponeerd had. Voor mij waren het twee jurken maar wat bleek? Het waren twee exclusieve, handgemaakte jurken die zo duur waren dat er een verzekering was voor afgesloten. Mea Culpa.
Een fax van Jos Van Oosterwijck: Pavarotti zou misschien kunnen komen. En er waren besprekingen met Jane Seymour daar was Roland Lommè mee bezig….
Maar veel meer verrassingen zouden ons wakker houden…
wordt vervolgd
dinsdag 17 maart 2009
DE START VANAF EEN WIT BLAD (vervolg)
Roystons adressenboekje. Royston had internationaal alle contacten die nodig waren om zo’n show in elkaar te steken. Niet enkel voor de faciliteiten maar ook managers van artiesten, choreografen voor het ballet, belichters, ….een goudmijn.
Samen met Guy Helsen hadden we, voor de captatie, al afspraken gemaakt met Cinèvideogroep in Nederland. Zij zouden met een captatiewagen voor beeld en geluid en negen camera’s naar Oostende komen.
Royston liet een ‘lighting engeneer’ overkomen uit Engeland: Bill Padget die samen met Ignace D’Haese van EML een lichtshow zou realiseren zoals er hier in Vlaanderen geen voorgaande was geweest.
Het lichtmateriaal kwam uit Vlaanderen, Frankrijk en Duitsland. Computergestuurde spots waren nog zeldzaam maar in Duitsland bestond er zoiets als ‘Starlights’ de voorganger van de Varilights die je vandaag in alle showprogramma’s kan zien.
Na verschillende decorontwerpen contacteerden we decorbouwer Eric Van Hemelrijck. Hij nam alle ontwerpen, maquettes en tekeningen die tot dan gemaakt werden mee naar huis om te werken aan de definitieve versie.
Onder leiding van Royston begonnen we aan het running order van Het VTM-openingsgala. Het is te zeggen aan de eerste versie. Er zouden 18 versies volgen. We begonnen echt aan running order nummer 1: de generiek…..
Jos Van Oosterwyck was de muzieksamensteller van VTM. Het waren drukke dagen voor hem net als voor Guy Helsen. Zij hielden zich niet enkel bezig met het Gala maar ook nog eens met alle andere projecten in opbouw voor de nieuwe zender. Jos was voor ons een heel belangrijke persoon want hij onderhield de contacten met de managers van de nationale en internationale artiesten. Vooral de beschikbaarheid van de artiesten en de nummers die ze zouden brengen speelden een crusiale rol in de samenstelling van de show. Regelmatig kregen we een update van Jos in de vorm van een fax. Dan kon Pavarotti wèl aanwezig zijn maar de volgende dag bleek het toch niet te kunnen…dat soort van berichten. Iedere keer moesten we ons running order weer helemaal aanpassen. Onze printer versleet terwijl we erbij stonden.
Sam Cerulus onderhield de contacten met de Amerikaanse managers. Dat wil zeggen dat hij vooral ‘s nachts wakkerder moest zijn dan de rest van de groep.
Zo organiseerde hij onder andere een Amerikaanse goochelaar die een nummer had met een tijger, Toby genaamd. Geen sinecure om zo’n act te importeren. Maar het lukte wèl. Later vertel ik u meer over onze avonturen met Toby, de tijger.
Intussen wilden we een voorschot bedingen. We werden uitgenodigd door toenmalig directeur Leo Neels om hierover te komen praten in het splinternieuwe gebouw gelegen aan de Vilvoordelaan. Ik vertel dit verhaaltje om te illustreren dat we in een tijd leefden waarin alles mogelijk was. Toen we aankwamen in het gebouw was het iets over zes. Er liep niet veel volk meer rond. Bleek dat Leo Neels, gezien de drukte, op een andere plek moest zijn. Maar we konden hem bereiken via de telefoon. We werden naar een kantoor gebracht waar een telefoon ‘op speaker’ werd gezet. Wij in het nieuwe, lege VTM-kantoor met Leo Neels aan de andere kant van de lijn om het contract en een voorschot te bespreken. Mijn collega en ik konden stilzwijgend communiceren terwijl we in gesprek waren met Leo. Het gesprek duurde vijftien minuten. Vanop de locatie waar Leo zat belde hij naar de boekhouding. Een half uur na onze aankomst stonden we met een cheque van 20 miljoen oude Belgische franken in de handen op het trottoir…
We vonden de bühne in Oostende te klein. Voor de bühne was er nog een heuse orkestbak. Wij beslisten, in overleg met de toenmalige directeur Marcel Van Geel, dat de bühne kon worden uitgebouwd en dat de orkestbak hiervoor mocht sneuvelen. Wat ook gebeurde. Zonder bouwaanvraag (er was niet genoeg tijd voor) lieten we ook een deur bouwen in de glazen achterwand en een laadbrug. Dit was nodig om materiaal en decorstukken op een vlotte manier binnen te rijden.
wordt vervolgd…
Samen met Guy Helsen hadden we, voor de captatie, al afspraken gemaakt met Cinèvideogroep in Nederland. Zij zouden met een captatiewagen voor beeld en geluid en negen camera’s naar Oostende komen.
Royston liet een ‘lighting engeneer’ overkomen uit Engeland: Bill Padget die samen met Ignace D’Haese van EML een lichtshow zou realiseren zoals er hier in Vlaanderen geen voorgaande was geweest.
Het lichtmateriaal kwam uit Vlaanderen, Frankrijk en Duitsland. Computergestuurde spots waren nog zeldzaam maar in Duitsland bestond er zoiets als ‘Starlights’ de voorganger van de Varilights die je vandaag in alle showprogramma’s kan zien.
Na verschillende decorontwerpen contacteerden we decorbouwer Eric Van Hemelrijck. Hij nam alle ontwerpen, maquettes en tekeningen die tot dan gemaakt werden mee naar huis om te werken aan de definitieve versie.
Onder leiding van Royston begonnen we aan het running order van Het VTM-openingsgala. Het is te zeggen aan de eerste versie. Er zouden 18 versies volgen. We begonnen echt aan running order nummer 1: de generiek…..
Jos Van Oosterwyck was de muzieksamensteller van VTM. Het waren drukke dagen voor hem net als voor Guy Helsen. Zij hielden zich niet enkel bezig met het Gala maar ook nog eens met alle andere projecten in opbouw voor de nieuwe zender. Jos was voor ons een heel belangrijke persoon want hij onderhield de contacten met de managers van de nationale en internationale artiesten. Vooral de beschikbaarheid van de artiesten en de nummers die ze zouden brengen speelden een crusiale rol in de samenstelling van de show. Regelmatig kregen we een update van Jos in de vorm van een fax. Dan kon Pavarotti wèl aanwezig zijn maar de volgende dag bleek het toch niet te kunnen…dat soort van berichten. Iedere keer moesten we ons running order weer helemaal aanpassen. Onze printer versleet terwijl we erbij stonden.
Sam Cerulus onderhield de contacten met de Amerikaanse managers. Dat wil zeggen dat hij vooral ‘s nachts wakkerder moest zijn dan de rest van de groep.
Zo organiseerde hij onder andere een Amerikaanse goochelaar die een nummer had met een tijger, Toby genaamd. Geen sinecure om zo’n act te importeren. Maar het lukte wèl. Later vertel ik u meer over onze avonturen met Toby, de tijger.
Intussen wilden we een voorschot bedingen. We werden uitgenodigd door toenmalig directeur Leo Neels om hierover te komen praten in het splinternieuwe gebouw gelegen aan de Vilvoordelaan. Ik vertel dit verhaaltje om te illustreren dat we in een tijd leefden waarin alles mogelijk was. Toen we aankwamen in het gebouw was het iets over zes. Er liep niet veel volk meer rond. Bleek dat Leo Neels, gezien de drukte, op een andere plek moest zijn. Maar we konden hem bereiken via de telefoon. We werden naar een kantoor gebracht waar een telefoon ‘op speaker’ werd gezet. Wij in het nieuwe, lege VTM-kantoor met Leo Neels aan de andere kant van de lijn om het contract en een voorschot te bespreken. Mijn collega en ik konden stilzwijgend communiceren terwijl we in gesprek waren met Leo. Het gesprek duurde vijftien minuten. Vanop de locatie waar Leo zat belde hij naar de boekhouding. Een half uur na onze aankomst stonden we met een cheque van 20 miljoen oude Belgische franken in de handen op het trottoir…
We vonden de bühne in Oostende te klein. Voor de bühne was er nog een heuse orkestbak. Wij beslisten, in overleg met de toenmalige directeur Marcel Van Geel, dat de bühne kon worden uitgebouwd en dat de orkestbak hiervoor mocht sneuvelen. Wat ook gebeurde. Zonder bouwaanvraag (er was niet genoeg tijd voor) lieten we ook een deur bouwen in de glazen achterwand en een laadbrug. Dit was nodig om materiaal en decorstukken op een vlotte manier binnen te rijden.
wordt vervolgd…
maandag 2 maart 2009
DE EERSTE STAPPEN IN HET TELEVISIEVAK (vervolg)
Voor onze tweede opdracht, het top tien programma, moesten we tussendoor op zoek gaan naar faciliteiten. Er waren in 1988 geen televisiefaciliteiten te koop of te huur in Vlaanderen. Geen televisielicht, geen studio’s, geen captatiewagens…Via via kwam ik in contact met Tony Winter. Hij had jaren samengewerkt met Mike Verdrengh en Guido Depraetere. Tony had een bedrijf dat showlicht verhuurde. Hij bleek plannen te hebben voor de bouw van een studio in Denderleeuw. Dit soort tips konden we niet negeren. Dus ontmoette ik Tony in Denderleeuw, in een oude, vervallen, stinkende haringfabriek…
Breedvoerig legde hij mij uit wat zijn verbouwingsplannen inhielden. Hij verzekerde mij dat de verbouwing klaar zou zijn voor de eerste opnamen van het Top Tien programma. Wij tekenden een contract…in de vervallen haringfabriek.
Ludo Kerckhofs en een ploegje technische bollebozen hadden de ambitie om een captatiewagen te bouwen met vijf camera’s. Hij liet mij een papier zien waarop een intentieverklaring van het bedrijf Sony in verband met het materiaal. Met dat papiertje op tafel tekenden wij een contract voor de captatie van het Top Tien programma.
Intussen zocht onze hele ploeg een geschikte titel voor het programma. Tientallen voorstellen passeerden de revue. Tot Tony met een voorstel kwam aandraven: Tien om te Zien.
Met Beeldhuis sloot ik een contract voor het verzorgen van de regie van Tien om te Zien….
Tine en ik zaten nog steeds op de derde verdieping in de Audergemlaan. We waren aan het wachten op een telefoontje uit Engeland dat maar niet kwam…Op het ogenblik dat we noodscenario’s aan het bedenken waren, rinkelde de telefoon. Royston wou weten wanneer we konden starten met het produceren van: het VTM- openingsgala!
Wij kwamen een heel andere Royston tegen dan bij de eerste ontmoetingen. Een heel warme man met een ongelooflijke zin voor humor. En een ‘professional’ in hart en nieren.
Omdat we op de derde verdieping in de Audergemlaan te veel de boel op stelten dreigden te zetten, verhuisden we naar het restaurant: ‘Hof van Welde’ op de Mechelse steenweg. Daar hadden we twee kleine lokaaltjes tot onze beschikking maar vooral een bazin die ons van ‘s morgens tot ‘s avonds verwende met drankjes, koekjes en lekker eten.
Sam Cerulus die ik van mijn tijd bij Pittoors kende en Josiaene Saenen vervoegden het ploegje. Vanaf nu zou er niet meer geslapen worden. Dag en nacht zou de hele ploeg keihard werken. Het kwam er op neer dat wanneer er iemand in slaap viel de anderen hem een tijdje met rust lieten…
We kochten een printer en een Macintosh computer en we konden starten…op een wit blad papier….
Royston gaf de voorzet: ‘…as from now everything we do, every idea we have, every initiative we take…we’ll ask ourselves: is it ok for The VTM-Openingsgala? Because that’s our new boss!’
Wordt vervolgd….
Breedvoerig legde hij mij uit wat zijn verbouwingsplannen inhielden. Hij verzekerde mij dat de verbouwing klaar zou zijn voor de eerste opnamen van het Top Tien programma. Wij tekenden een contract…in de vervallen haringfabriek.
Ludo Kerckhofs en een ploegje technische bollebozen hadden de ambitie om een captatiewagen te bouwen met vijf camera’s. Hij liet mij een papier zien waarop een intentieverklaring van het bedrijf Sony in verband met het materiaal. Met dat papiertje op tafel tekenden wij een contract voor de captatie van het Top Tien programma.
Intussen zocht onze hele ploeg een geschikte titel voor het programma. Tientallen voorstellen passeerden de revue. Tot Tony met een voorstel kwam aandraven: Tien om te Zien.
Met Beeldhuis sloot ik een contract voor het verzorgen van de regie van Tien om te Zien….
Tine en ik zaten nog steeds op de derde verdieping in de Audergemlaan. We waren aan het wachten op een telefoontje uit Engeland dat maar niet kwam…Op het ogenblik dat we noodscenario’s aan het bedenken waren, rinkelde de telefoon. Royston wou weten wanneer we konden starten met het produceren van: het VTM- openingsgala!
Wij kwamen een heel andere Royston tegen dan bij de eerste ontmoetingen. Een heel warme man met een ongelooflijke zin voor humor. En een ‘professional’ in hart en nieren.
Omdat we op de derde verdieping in de Audergemlaan te veel de boel op stelten dreigden te zetten, verhuisden we naar het restaurant: ‘Hof van Welde’ op de Mechelse steenweg. Daar hadden we twee kleine lokaaltjes tot onze beschikking maar vooral een bazin die ons van ‘s morgens tot ‘s avonds verwende met drankjes, koekjes en lekker eten.
Sam Cerulus die ik van mijn tijd bij Pittoors kende en Josiaene Saenen vervoegden het ploegje. Vanaf nu zou er niet meer geslapen worden. Dag en nacht zou de hele ploeg keihard werken. Het kwam er op neer dat wanneer er iemand in slaap viel de anderen hem een tijdje met rust lieten…
We kochten een printer en een Macintosh computer en we konden starten…op een wit blad papier….
Royston gaf de voorzet: ‘…as from now everything we do, every idea we have, every initiative we take…we’ll ask ourselves: is it ok for The VTM-Openingsgala? Because that’s our new boss!’
Wordt vervolgd….
vrijdag 20 februari 2009
EXACT TWINTIG JAAR GELEDEN: HET VTM OPENINGSGALA.
de eerste commerciële zender in Vlaanderen
Het openingsgala van VTM werd opgenomen op zaterdag 4 februari 1989 in in het casino kursaal van Oostende.
Dit verhaal is mijn herinnering aan de making off van dit event dat mijn carrière een definitieve weg liet inslaan. Ik had de eer om een ploeg te leiden die, in onwaarschijnlijk korte tijd en heel moeilijke omstandigheden iets neergezet heeft dat in de voorbije 20 jaar niet meer op de Vlaamse schermen is vertoond. Niet al hun namen komen in dit verhaal voor maar ik kan getuigen dat iedereen van machinist tot regisseur op basis van hun inzet en enthousiasme gezorgd hebben dat VTM op twee uur tijd meteen op de kaart stond dank zij: HET VTM OPENINGSGALA
November 1988. Dag op dag twintig jaar geleden zaten Tine Sas en ikzelf op de derde verdieping van het D&D gebouw op de Audergemlaan met een probleem. Wij hadden twee opdrachten aangenomen. De eerste was het ontwerpen van een top tien programma en de tweede de productie van een gala voor de aankomende commerciële zender.
Tine wist meer van televisie dan ik. Zij had een RITS- diploma. Mijn ervaring bestond uit het produceren van bedrijfsfilms. En daar zaten we dan, nauwelijks bewust van wat we over ons hoofd hadden getrokken. We hadden sinds de opdracht een paar ideetjes op papier gezet. We hadden ook al een budgetje uitgetekend van…twee bladzijden. We beseften – gelukkig - dat dit niet de goede aanpak was. Ook al omdat Josiane Seanen, die meer televisie-ervaring had dan wij samen, ons waarschuwde voor een ramp indien we niet van koers veranderden.
Wat we nodig hadden waren mensen met ervaring. Televisie-ervaring, show-ervaring. Al jaar en dag was ik fan van de BBC. Ik voelde mij bijzonder aangetrokken door combinatie van show en humor en het ritme van de programma’s. Misschien moesten we maar eens onderzoeken of we iemand konden vinden aan de andere kant van het kanaal die ons kon helpen. Toch even opmerken dat er op dat ogenblik nog geen internetverbindingen waren en GSM’s. Een vaste telefoonlijn en fax gelukkig wel. Josiane, die bij het productiehuis Beeldhuis werkte, sprak collega Luc Dierickx aan die ons het telefoonnummer gaf van een regisseur in Engeland. Zonder aarzelen belden we de man op. Toen hij de korte inhoud van onze opdracht hoorde liet hij bijna de hoorn van de telefoon vallen. Langzaam drongen twee dingen tot ons door: de grootte van onze opdracht en de korte tijd die we hadden om deze te realiseren….
De Engelse regisseur hield woord. Korte tijd na ons eerste gesprek belde hij terug. Hij gaf ons het adres en het telefoonnummer van een Engelse producent. De producent Malcolm was bereid om ons te ontvangen en voor ons een ‘specialist’ te zoeken. Een datum werd geprikt. Samen met regisseur Guy Helsen en regie-assistente Liebie Wellens vlogen we een paar dagen later naar London….
Het productiehuis lag in het centrum van London. Daar zaten we dan: Guy, Liebie en ikzelf. Tegenover ons producent Gerry Malcolm en twee andere heren: Tony Bilbow en Royston Mayoh. Tony Bilbow was scenarist en jarenlang presentator geweest van het filmmagazine op de BBC. Royston Mayoh was een gerespecteerd regisseur / executive producer. Hij was onder andere de regisseur geweest van het immens populaire muziekprogramma RAZMATAZZ waarin groepjes als The Beatles en The Rolling Stones debuteerden.
Tony en Malcolm keken ons vriendelijk en uitnodigend aan terwijl wij hen vertelden over onze opdracht en onze ambities. De belangrijkste man, Royston Mayoh, keek een beetje nors voor zich uit en nam zo nu en dan een notitie. Hij gaf mij een bijzonder ongemakkelijk gevoel. Nog meer toen bleek dat hij net een gigantische productie achter de rug had en eigenlijk uitkeek naar een welverdiende vakantie.
De conclusie van de vergadering was dat Royston naar Oostende zou komen, samen met Tony Bilbow om een kijkje te nemen in het Casino, waar de show zou plaatshebben. En dat hij na dat bezoek een beslissing zou nemen: vakantie of samenwerking.
Met een onzeker gevoel vlogen we terug naar Brussel….
Om onze gasten goed te ontvangen huurde ik een witte Mercedes. Het leek mij comfortabeler voor de heen- en terugreis naar Oostende. Beter dan mijn aftandse Renault.
Ook had ik in het Andromeda-hotel, naast het Casino, een dure koffietafel besteld om rustig en in stijl te kunnen vergaderen na het locatiebezoek.
Het was koude en grijze novemberdag. Dit treurige decor werd niet opgevrolijkt door de sfeer in het casino. De zuinig verlichte zaal was koud en stofferig…Royston en Tony liepen de zaal rond, bekeken het podium, de backstage. Er werd niet veel gezegd. Er werden geen vragen gesteld.
De bar van het Andromeda hotel was warmer, aangenamer. De koffie en koekjes stonden klaar. Royston en Tony installeerden zich. Royston nam zijn kalfslederen boekentas en haalde er een pen en kaartjes uit. Hij had een reeks vragen voorbereid. Technische vragen over captatie, aantal camera’s, opname- en weergave apparatuur….Naarmate er meer en meer technische vragen werden gesteld zonk ik steeds verder in mijn zetel. Ik probeerde er mij zo goed en zo kwaad mogelijk uit te praten. Het leek wel of ik een examen aan het afleggen was voor een vak dat ik niet had gestudeerd. Na een tijdje had ook Royston door dat het niet veel zin had om door te gaan met zijn vragen.
De terugreis naar Zaventem verliep in relatieve stilte. Het afscheid op de luchthaven was beleefd. Ik wist dat ik deze mannen niet overtuigd had. Intussen waren er weer veertien dagen voorbij gegaan. Er moest nog zoveel gebeuren…een lichte paniek maakte zich van mij meester….
Wordt vervolgd…
Het openingsgala van VTM werd opgenomen op zaterdag 4 februari 1989 in in het casino kursaal van Oostende.
Dit verhaal is mijn herinnering aan de making off van dit event dat mijn carrière een definitieve weg liet inslaan. Ik had de eer om een ploeg te leiden die, in onwaarschijnlijk korte tijd en heel moeilijke omstandigheden iets neergezet heeft dat in de voorbije 20 jaar niet meer op de Vlaamse schermen is vertoond. Niet al hun namen komen in dit verhaal voor maar ik kan getuigen dat iedereen van machinist tot regisseur op basis van hun inzet en enthousiasme gezorgd hebben dat VTM op twee uur tijd meteen op de kaart stond dank zij: HET VTM OPENINGSGALA
November 1988. Dag op dag twintig jaar geleden zaten Tine Sas en ikzelf op de derde verdieping van het D&D gebouw op de Audergemlaan met een probleem. Wij hadden twee opdrachten aangenomen. De eerste was het ontwerpen van een top tien programma en de tweede de productie van een gala voor de aankomende commerciële zender.
Tine wist meer van televisie dan ik. Zij had een RITS- diploma. Mijn ervaring bestond uit het produceren van bedrijfsfilms. En daar zaten we dan, nauwelijks bewust van wat we over ons hoofd hadden getrokken. We hadden sinds de opdracht een paar ideetjes op papier gezet. We hadden ook al een budgetje uitgetekend van…twee bladzijden. We beseften – gelukkig - dat dit niet de goede aanpak was. Ook al omdat Josiane Seanen, die meer televisie-ervaring had dan wij samen, ons waarschuwde voor een ramp indien we niet van koers veranderden.
Wat we nodig hadden waren mensen met ervaring. Televisie-ervaring, show-ervaring. Al jaar en dag was ik fan van de BBC. Ik voelde mij bijzonder aangetrokken door combinatie van show en humor en het ritme van de programma’s. Misschien moesten we maar eens onderzoeken of we iemand konden vinden aan de andere kant van het kanaal die ons kon helpen. Toch even opmerken dat er op dat ogenblik nog geen internetverbindingen waren en GSM’s. Een vaste telefoonlijn en fax gelukkig wel. Josiane, die bij het productiehuis Beeldhuis werkte, sprak collega Luc Dierickx aan die ons het telefoonnummer gaf van een regisseur in Engeland. Zonder aarzelen belden we de man op. Toen hij de korte inhoud van onze opdracht hoorde liet hij bijna de hoorn van de telefoon vallen. Langzaam drongen twee dingen tot ons door: de grootte van onze opdracht en de korte tijd die we hadden om deze te realiseren….
De Engelse regisseur hield woord. Korte tijd na ons eerste gesprek belde hij terug. Hij gaf ons het adres en het telefoonnummer van een Engelse producent. De producent Malcolm was bereid om ons te ontvangen en voor ons een ‘specialist’ te zoeken. Een datum werd geprikt. Samen met regisseur Guy Helsen en regie-assistente Liebie Wellens vlogen we een paar dagen later naar London….
Het productiehuis lag in het centrum van London. Daar zaten we dan: Guy, Liebie en ikzelf. Tegenover ons producent Gerry Malcolm en twee andere heren: Tony Bilbow en Royston Mayoh. Tony Bilbow was scenarist en jarenlang presentator geweest van het filmmagazine op de BBC. Royston Mayoh was een gerespecteerd regisseur / executive producer. Hij was onder andere de regisseur geweest van het immens populaire muziekprogramma RAZMATAZZ waarin groepjes als The Beatles en The Rolling Stones debuteerden.
Tony en Malcolm keken ons vriendelijk en uitnodigend aan terwijl wij hen vertelden over onze opdracht en onze ambities. De belangrijkste man, Royston Mayoh, keek een beetje nors voor zich uit en nam zo nu en dan een notitie. Hij gaf mij een bijzonder ongemakkelijk gevoel. Nog meer toen bleek dat hij net een gigantische productie achter de rug had en eigenlijk uitkeek naar een welverdiende vakantie.
De conclusie van de vergadering was dat Royston naar Oostende zou komen, samen met Tony Bilbow om een kijkje te nemen in het Casino, waar de show zou plaatshebben. En dat hij na dat bezoek een beslissing zou nemen: vakantie of samenwerking.
Met een onzeker gevoel vlogen we terug naar Brussel….
Om onze gasten goed te ontvangen huurde ik een witte Mercedes. Het leek mij comfortabeler voor de heen- en terugreis naar Oostende. Beter dan mijn aftandse Renault.
Ook had ik in het Andromeda-hotel, naast het Casino, een dure koffietafel besteld om rustig en in stijl te kunnen vergaderen na het locatiebezoek.
Het was koude en grijze novemberdag. Dit treurige decor werd niet opgevrolijkt door de sfeer in het casino. De zuinig verlichte zaal was koud en stofferig…Royston en Tony liepen de zaal rond, bekeken het podium, de backstage. Er werd niet veel gezegd. Er werden geen vragen gesteld.
De bar van het Andromeda hotel was warmer, aangenamer. De koffie en koekjes stonden klaar. Royston en Tony installeerden zich. Royston nam zijn kalfslederen boekentas en haalde er een pen en kaartjes uit. Hij had een reeks vragen voorbereid. Technische vragen over captatie, aantal camera’s, opname- en weergave apparatuur….Naarmate er meer en meer technische vragen werden gesteld zonk ik steeds verder in mijn zetel. Ik probeerde er mij zo goed en zo kwaad mogelijk uit te praten. Het leek wel of ik een examen aan het afleggen was voor een vak dat ik niet had gestudeerd. Na een tijdje had ook Royston door dat het niet veel zin had om door te gaan met zijn vragen.
De terugreis naar Zaventem verliep in relatieve stilte. Het afscheid op de luchthaven was beleefd. Ik wist dat ik deze mannen niet overtuigd had. Intussen waren er weer veertien dagen voorbij gegaan. Er moest nog zoveel gebeuren…een lichte paniek maakte zich van mij meester….
Wordt vervolgd…
donderdag 30 oktober 2008
OP ZOEK NAAR NIEUWE IDEEËN?
De grondstof
Ieder zichzelf respecterend bedrijf moet, op regelmatige basis, zijn structuur, werkwijze, uitzicht en product in vraag stellen en op zoek gaan naar frisse ideeën en zuurstof.
Hiervoor kunnen specialisten ingehuurd worden die van buiten het bedrijf plannen ontwerpen. Maar er is een alternatief dat het bedrijf meer kan opleveren : het oogsten van ideeën binnen het eigen bedrijf.
Werknemers die dagelijks functioneren binnen het uw bedrijf hebben vaak ideeën waar zelden naar gevraagd wordt. Van de magazijnier over de secretaresse tot het kaderpersoneel. Zij zien iedere dag gebeurtenissen, registreren het veldwerk en ontwikkelen bewust of onbewust ideeën voor een nieuwe aanpak, voor originele invalshoeken. Zonder het misschien zelf te beseffen zijn zij creatief bezig met hun dagelijkse verantwoordelijkheden.
De oogst
Een goed voorbereide en zorgvuldig georganiseerde brainstorm kan deze ideeën naar boven brengen, oogsten.
Doorheen mijn loopbaan is de rode draad: het pad van ideeën : eerst in de reclame en daarna twee decennia in de media, als producer voor VTM, één en Canvas. Ik ontwikkelde niet alleen verschillende succesvolle televisieprogramma’s maar deed ook ervaring op als begeleider van brainstorms en lesgever bij het RITS.
Sinds april dit jaar leid ik een ideeën fabriek. Hier worden ideeën als product aangeboden.
Hierbij bied ik mijn diensten en know how aan als begeleider voor brainstormsessies. Ongeacht de sector of het soort product dat u produceert, maak ik mij sterk dat er binnen uw bedrijf, nieuwe ideeën kunnen geoogst worden.
Interesse?
0032 475 47 57 87
jan.vanderstraeten@congoo.be
Abonneren op:
Berichten (Atom)

